Wie is Lode

Lode Verbeeck werd geboren in Oudenaarde op 9 mei 1985. Hij was de tweede jongen, waarna nog 2 meisjes volgden.
Van kleins af aan viel hij op door zijn goedlachsheid.

Bij 2 ziekenhuisopnames genas hij wonderwel, volgens de dokter en verpleegsters omwille van zijn enorm optimisme.

In de kleuter en lagere school in Huise wordt hij vaak “Lodeke” genoemd, nochtans altijd de grootste van de klas.
Hij was heel graag gezien bij anderen, steeds met een vrolijke lach, waarvan zoveel foto’s getuigen.

Op 12jarige leeftijd begint hij aan zijn humaniora in het Don Bosco-college te Zwijnaarde.
Studeren gaat redelijk vlot, maar hij verkiest vooral gezelligheid boven dat laatste puntje.

Op 14 jaar wordt er klierkanker (Hodgkin) vastgesteld.
8 maanden chemotherapie en 1 maand bestraling doorleeft hij met grote moed en doorzetting.
Afwezigheid op school is praktisch onbestaande. Hij wil erbij zijn, als het ook maar enigszins kan.
De verzorging van onze paarden blijft hij op zich nemen.
Ondanks zijn ziekte, begint hij als kinderoppas vanaf zijn vijftiende.
Zijn voorliefde om met kleine kinderen om te gaan is altijd al zeer groot geweest. Hij wordt de vaakgevraagde thuiswachter van heel wat kinderen.

Tijdens het paasverlof, op 9 april 2002, krijgt hij het positieve bericht na een laatste grote controle.
De ziekte is overwonnen – de toekomst kondigt zich mooi aan.

Op 17 april 2002 is hij, op weg naar school, slachtoffer van een dodelijk verkeersongeval.

 

Lode: een voorbeeld

Lode had een zonnig karakter.
Onweerswolken waren bij hem van korte duur.
Ook tijdens zijn ziekte liet hij zich niet gaan. Het gewone leven ging zo goed als mogelijk door. Zo wou hij het.
Ook in deze periode wou hij er graag bij zijn.

Behalve met kinderen kon hij ook goed overweg met gehandicapten.

Lodes moeder Inès werkt bij volwassen mentaal gehandicapten.
Willy, een 53-jarige mongoloïde volwassene, kwam af en toe op bezoek in ons gezin.
Lode kon vlot met hem om.

De specifieke eigenheid van Lode, zijn goedlachsheid en levenskracht mogen niet zomaar voor altijd verloren zijn.
Hij ging nog zoveel goeds kunnen verwezenlijken.
Een aantal eigenschappen, die voor hem zo typisch waren en hem geliefd maakten, brachten bij ons een nieuw idee tot leven.

 

Wat hijzelf niet meer zal kunnen realiseren met zijn hoofd en handen, is wellicht wel te realiseren vanuit het beeld dat bij zovelen overleeft, vanuit een doel dat velen willen helpen dragen.

Op deze manier kwamen we tot het idee, om een project uit te werken waarbij hippotherapie ondersteund wordt.